Een lekkage in een plat dak begint zelden met een plas water op de vloer. Meestal zijn er al eerder signalen, binnen in huis en op het dak zelf. Wie die op tijd herkent, voorkomt schade aan plafond, isolatie en houtwerk.
Signalen binnen in huis
- Bruine of gele kringen op het plafond
- Bladderende verf of loslatend stucwerk bij het plafond
- Een muffe geur of schimmel in een hoek van de kamer
- Druppels bij harde regen of als er sneeuw op het dak smelt
Signalen op het dak
- Water dat een dag na de regen nog op het dak staat
- Blazen of bobbels in de dakbedekking
- Naden die openstaan of opkrullen
- Scheurtjes bij de dakrand, de afvoer of een doorvoer
- Een afvoer die verstopt zit met bladeren en vuil
Zit het lek boven de natte plek?
Niet altijd. Water loopt vaak een stuk over het dakbeschot of langs een balk voordat het naar beneden komt. De plek waar u het binnen ziet, kan dus een eind van het eigenlijke lek af zitten. Daarom wordt bij een lekkage het hele dakvlak rond de plek bekeken, en vooral de naden, randen en doorvoeren.
Wat kunt u zelf doen?
Vang het water op en zet spullen droog. Maak foto’s van de plek binnen en, als dat veilig kan, van het dak. Kunt u veilig bij de afvoer, haal dan bladeren en vuil weg, zodat het water weer wegloopt.
Ga bij regen, vorst of storm niet zelf het dak op, en loop niet meer dan nodig over een oud dak: oude dakbedekking beschadigt snel.
Wanneer belt u een dakdekker?
Bij een vochtplek die groter wordt, bij een lekkage die terugkomt en bij zichtbare schade aan de dakbedekking. Een lek wordt niet vanzelf minder; hoe langer het duurt, hoe groter de schade eronder.